Voorpagina

Het mysterie van de Cauberg

Door Johan van de Beek

Het omleggen van de het parcours van de Amstel Gold Race heeft tot gevolg dat de Cauberg in Valkenburg drie keer zal worden beklommen en in de finale (op 12 kilometer van de meet) mogelijk een beslissende rol kan spelen. Over de precieze afmetingen en de zwaarte van de legendarische pukkel blijken de meningen nogal uiteen te liggen.

VALKENBURG De Belgische krant Le Soir omschreef de Cauberg een paar jaar geleden als la fierté de Valkenburg aan de Geul. De trots dus. De krant typeerde de Cauberg als een côte van een kilometer lengte met een gemiddeld stijgingspercentage van twaalf procent.
Andere kranten, zoals het NRC Handelsblad, hebben het in de afgelopen jaren gehad over een 1500 meter lange, 141 meter hoge berg met een gemiddeld stijgingspercentage van vijf procent. Het Algemeen Dagblad hield het een paar jaar geleden op een 150 meter hoge berg met een moyenne van acht procent. Curieus is dat hoe dieper je de archieven induikt, hoe raadselachtiger de Cauberg wordt.
Een ANP-verhaal uit 1998 meldt een hoogte van 71 meter (!), een lengte van 1450 meter en een gemiddelde percentage van vijf procent met een uitschieter naar twaalf. Het gezaghebbende cycling.news heeft het over een klim van twaalf procent en laat een grafiek zien waarop de Cauberg de hoogte van 140 meter niet eens haalt.
Het is interessant om de tegenstrijdige gegevens af te zetten tegen de gegevens die de officiële website van de Amstel Gold verstrekt. Die heeft het, met dank aan Ben Rewinkels Limburgse Heuvelpagina, over een lengte van 1000 meter (inclusief het laatste stuk vals plat), legt het gemiddelde stijgingspercentage op acht en geeft een maximum van elf procent.
Levien Spits uit Valkenburg moet glimlachen om de verwarring. Spits zou je zonder enige overdrijving als Caubergoloog' kunnen omschrijven. De leraar sociologie aan de HEAO in Sittard schreef een aantal jaren geleden het boek Velo Valkenburg & Historie Cauberg, een wielerhistorisch portret van Nederlandse bekendste fietsberg.
"Ik heb toen ook veel research gedaan naar de exacte dimensies van de Cauberg en stuitte ook op veel tegenstrijdigheden', zegt Spits. Uiteindelijk erkende de Valkenburger de autoriteit van de Belgische onderzoekers Daniel Gobert en Jean-Pierre Legros die meer dan duizend hellingen exact opmaten en grafisch documenteerden in het, aldus Spits, "magnifieke' standaardwerk Encyclopedie Cotacol.
Toen de Tour de France Valkenburg aandeed in begin jaren negentig, kwamen Gobert en Legros vantevoren met hun apparatuur naar Zuid-Limburg en namen ook de Cauberg de maat. Uitgaande van het beginpunt bij de Geulbrug in de Wilhelminalaan heeft de berg volgens de experts een lengte van 1.450 kilometer. Het gemiddelde stijgingspercentage komt uit op 5 procent terwijl het maximale stijgingspercentage uitkomt op 12.
Dit zwaarste punt ligt op 600 meter in de klim. Dit verklaart ook waarom fietsers, met name liefhebbers, die de klim doen het gevoel krijgen dat de Cauberg "niet ophoudt'. Ze kunnen niet of nauwelijks herstellen van de inspanning die ze daar moeten verrichten want de klim gaat, zij het steeds zwakker, gewoon door.
Desalniettemin, en de meeste experts geven dat ook toe, is de Cauberg bij lange na niet de moeilijkste klim van Zuid-Limburg. Ook Ben Rewinkel geeft aan dat er er minstens tien heuvels in de provincie zijn zijn die als "heftiger' moeten worden gekenmerkt. Dan gaat het bijvoorbeeld om de Dode Man, het Eyserbos en de Gulpenerberg. Maar al die moordenaars hebben niet wat de Cauberg wel heeft: de grandeur van Tourdoorkomsten, WK-beslissingen en duizenden mensen die in het hart van een klein stadje de renners omhoog schreeuwen.

vrijdag, 27 april 2001

© Dagblad De Limburger