Jeugd
Dirk Visscher was de zoon van Jacob Visscher en Johanna Leusink. Hij
is op 28 februari 1883 geboren in Elburg. Hij kwam uit een groot gezin,
waarvan vele kinderen jong stierven. Toen hij 15 jaar oud was overleed
zijn moeder en werd hij verder opgevoed door zijn stiefmoeder Engeltje
Leusink uit Oldebroek. Kort daarna werd hij door een ander ongeluk getroffen.
Zijn vader, Jacob, erkende te laat de ernst van een oogkwaal. Toen Dirk
rond 1900 toch nog werd opgenomen in het "ooglijdersgesticht" te Utrecht,
was het al te laat. Hij kreeg daarna een glazen oog aangemeten. Overigens
lag Dirk op zaal met Paul Kruger, de president van Zuid-Afrika die door
koningin Wilhelmina naar Nederland was gehaald.
Het huwelijk met Gerritje Vos
Ondanks het verzet van zijn vader Jacob huwde Dirk op 12 november 1903
met Gerritje Vos. Vader Jacob vond haar namelijk te min voor de winkeliers/vissersfamilie.
Dirk heeft samen met Gerritje 6 kinderen gekregen. Bij de geboorte van
dochter Grietje, op 25 januari 1915, is zij echter overleden. De vroedvrouw
maakte een noodlottige fout (zij mocht daarna haar beroep niet meer uitoefenen)
waarna Gerritje Vos aan hevige bloedingenoverleed. Grietje blijft overigens
wel in leven. Zij wordt daarna door een tante opgevoed.
Het huwelijk met Johanna Klein
Dirk is al heel snel, een half jaar later, hertrouwd met Johanna Klein.
Waarschijnlijk hebben practische redenen (Dirk was vaak lang op zee) daarbij
een rol gespeeld. Het is het de vraag of het een gelukkig huwelijk is geweest,
en of de relatie tussen de kinderen van Gerritje Vos en de stiefmoeder
altijd even goed was.
Waarschijnlijk heeft de voorgeschiedenis van Johanna Klein daarbij
wel een rol gespeeld. Dochter van Hendrik Klein en .., afkomstig uit het
kleine dorpje Doornspijk (5km van Elburg) en Nederlands Hervormd. Zij heeft
een tijd als dienstbode in Haarlem gewerkt. In die jaren is zij zwanger
geraakt, waarschijnlijk van een Friese jongen. Zij had graag met hem willen
trouwen, maar omdat hij katholiek was kon het huwelijk niet doorgaan. Zij
beviel van een zoon, Johannes, die op 3-jarige leeftijd overleed. Inmiddels
was zij zwanger van een tweede kind, dat in 1915 werd geboren. Ongehuwd
moeder zijn in een streng protestantse omgeving als Elburg moet een hel
geweest zijn. Toen er in het gezin Visscher een "vacante plaats" kwam,
was de oplossing daar.
Een grote kinderschaar
Dirk Visscher en Johanna Klein hebben samen nog eens 12 kinderen gekregen,
waarvan 5 in Westzaan. Daarnaast werd het gezin uitgebreid met een "natuurlijke
zoon" van Johanna Klein. Heel opvallend is dat de kinderen van Johanna
Klein voor een deel dezelfde naam kregen als de kinderen van Gerritje Vos
(Johanna Hendrika, Jack, Dirk, Grietje). In Elburg heeft het gezin eerst
op de Ellestraat 13 gewoond, daarna op de Noorderwalstraat 15, en uiteindelijk
op de Doelenstraat.
Kerkelijk leven
Op 24-jarige leeftijd (1907) werd Dirk Visscher tot koster van de Christelijk
Gereformeerde Gemeente benoemd, tegen een loon van fl. 60,= perjaar en
een beloning voor verdere werkzaamheden. Dirk is zijn hele leven een streng
gelovig man gebleven. Zijn tweede vrouw, Johanna Klein, was dat veel minder.
Werk en inkomen
Dirk Visscher was net als zijn voorouders visser op de Zuiderzee. Onduidelijk
is wat hij nu of hij nu wel of niet een bij het overlijden van zijn vader,
jacob Visscher, een deel van de erfenis heeft gekregen. Weliswaar was er
een testament opgemaakt bij het overlijden van zijn biologische moeder,
Johanna Leusink, maar waarschijnlijker is het dat de zijn stiefmoeder,
Engeltje Leusink, de erfenis aan haar eigen zoon Jacob heeft doen toekomen.
Jacob begint in ieder geval later een klompenfabriek in Doetinchem, waarbij
er wordt geexporteerd naar de Verenigde Staten. Is er daarbij contact geweest
met de geemigreerder Evert Visscher?.
Dirk Visscher erft waarschijnlijk wel de EB 8. Dit was een schip van
het zg. bons-type, dat zijn vader in kampen had laten bouwen. Deze bons
heeft hij direct in 1912 doorverkocht aan een Lammert Dijk uit Kampen.
In hetzelfde jaar heeft hij van een Kampenaar (Jan Gosem) een botter gekocht.
Met deze botter heeft hij tot 1920 gevaren, samen met zijn zwager Jan aan
't Goor (Jan de Kreuze). Toen moest deze gammele schuit worden gesloopt.
Dirk was vaak lang van huis. Door een oude ansichtkaart is bekend dat zij
vanuit IJmuiden de Noordzee opgingen (Doggersbank), wat maar weinigen toendertijd
deden. Dirk monsterde dan aan op een haringlogger. Gevaarlijk werk, en
vanwege de kans op schipbreuk, en vanwege de kans op torpedering en mijnen
(het was tenslotte de eerste wereldoorlog). Maar zo werd er in de winter
tenminste wat bijverdiend.
De kinderen moesten na de lagere school direct aan het werk. De oudste
dochter, Riek, in het winkeltje van de familie, de oudste zoon Manus als
visser.
Een ongeluk?
Rond 1919/20 raken Dirk en Jan in de problemen. Onduidelijk is wat
daarvan nu de oorzaak is: een ongeluk op zee (zoals het familie-verhaal
gaat), of de de sloop van de botter? Waarschijnlijk het laatste. Feit is
dat Dirk (inmiddels vader van 8 kinderen) en Jan samen een beroep doen
op de diakonie van en de Hervormde Gemeente en de Gereformeerde Kerk voor
geldelijke steun voor aankoop en opknappen van een oude botter, die zij
in 1920 van Dirk Jansen uit Harderwijk kopen (koop: fl. 110,=; optimmeren
fl. 300,=) De Hervormde Kerk besluit de helft van het bedrag te betalen,
maar de (christelijk?) Gereformeerde Kerkeraad "weigerde mede te betalen
voor het lidmaat D. Visscher inzake de aanschaf van een schuitje". Er is
ook een bron waarin staat dat er bij een collecte fl. 79,= is opgehaald.
Met deze schuit
mag de visserij dan nog wel door zijn gegaan, blijkbaar was de opbrengst
niet meer voldoende. In de winter varen Dirk en Jan naar de Zaanstreek
om te gaan werken in de Duyvis-fabriek. De botter wordt dan als woonschip
gebruikt, aangelegd bij de Bosschjesstraat in Koog aan de Zaan. De oudste
zoon, Manus, is toen in de Zaanstreek blijven hangen.
Vertrek naar Westzaan
Blijkbaar
is het Dirk en zijn gezin daarna niet meer goed vergaan. Daarbij zal het
vooruitzicht van de afsluiting van de Zuiderzee duidelijk hebben gemaakt
dat er elders een nieuwe toekomst moest worden opgebouwd. Een groot deel
van het gezin Visscher is toen naar de Zaanstreek getrokken. De schaarse
spullen werden met het schip vervoerd, de rest van de familie maakte de
reis met de trein. Onderkomen werd er gevonden op het adres Krabbelbuurt
11 in Westzaan. Dat was de zolderverdieping van een pakhuis van een blauwselfabriek.
De zoldering was geheel blauw gekleurd. Zie verder over deze geschiedenis
bij de pagina over de zoon Dirk.
Kinderen
In totaal heeft Dirk Visscher, als je Hendrik Jan niet meetelt, maar
liefst 18 kinderen gekregen.
jeugd in het succesvolle KFC-team gespeeld, dat in 1934 in de bekerfinale
tegen Ajax uitkwam. Opvallend dat Manus als christelijk-gereformeerde voetbal
speelde. Manus was een zwijgzame man. Op latere leeftijd kreeg hij een
hersenbloeding en raakte daardoor deels verlamd. Manus is inmiddels overleden.