Driehuis, R.K. Engelmunduskerk

.......... DISPOSITIE:
..................................
Great C-g3
Double Diapason
Open Diapason
Stopped Diapason
Dulciana
Principal
Flute
Fifteenth
Sesquialtra
Trumpet

Swell C-g3
Double Diapason
Horn Diapason
Clarabella
Gamba
Gemshorn
Fifteenth
Mixture
Cornopean
Oboe

Pedal C-f1
Grand Bourdon
Trombone

Great to Swell
Great to Pedal
Swell to Pedal

Trigger-Swell

16 ft.
8 ft.
8 ft.
8 ft.
4 ft.
4 ft.
2 ft.
3 rks.
8 ft.


16 ft.
8 ft.
8 ft.
8 ft.
4 ft.
2 ft.
3 rks.
8 ft.
8 ft.


16 ft.
16 ft.


......................................

-JOSEPH WILLIAM WALKER (1865)

Joseph William Walker (1802-1870),
de "Parlour Apprentice" van G.P.
England, startte zijn bedrijf in 1827 in
Soho, London. Hij was werkzaam in
de Victoriaanse periode in Engeland.
De Victoriaanse orgelbouw begon
zich rond 1830 te ontwikkelen en
eindigde symbolisch met de dood
van de bekende orgelmaker William Hill,
in 1870.

.......... Sesquialtra bass:
11/3 , 1, 13/5
Sesquialtra treble:
22/3 , 2, 13/5
Vanaf f 2: 4, 22/3 , 2

Mixture bass:
1
1/3 , 1

Mixture treble:
22/3 , 2, 11/3
Vanaf f
2: 4, 22/3 , 2

Winddruk: 72 mm Wk

Adviseur:
dhr. J. Laus (KKOR)



.___________________
J.W. Walker heeft zijn reputatie aanvankelijk gevestigd met het maken van zogenaamde Barrel en Barrel-and-finger orgels. Dit zijn orgels die bespeelbaar waren via een Barrel-mechaniek (cilinders met pennen, verbonden aan het mechaniek) en/of op de gebruikelijke wijze. In de jaren 1850 tot 1870 is er ook een aantal grote orgels gemaakt o.a. voor Dublin (St. Audeon) en voor de wereldtentoonstelling in 1862 (43 registers).
........

In verschillende opzichten was Walker in zijn werk tamelijk conservatief. Tot 1850 maakte hij orgels met klavieren vanaf contra-G of -F, stemde zijn orgels tot ca. 1860 ongelijkzwevend, en ondanks moderne registernamen als Rohrflöte, Gemshorn of Lieblich Gedackt, bleef de constructie traditioneel.

Het in de Engelmunuskerk te Driehuis geplaatste Walker-orgel wordt als opus 781 in het nog bewaard gebleven orderboek genoemd. Het orgel is volgens het document gemaakt in 1865, voor de Holy Trinity Church, New Wimbledon, London.

Het Great-organ bezat 8 stemmen, waaronder een reservering (Mixture 3 rks.) en het Swell-organ telde 6 registers, die allemaal vanaf klein-c begonnen. Het pedaal bezat een Bourdon 16 ft., als transmissie van de Double Diapason 16 ft. van het Great. Het werk werd volgens genoemd document vervaardigd "of the best materials & workmanship".

Waarschijnlijk in 1877 werd het orgel overgeplaatst naar de St. Saviors church, Batterseapark, London, waar het tot december 1992 heeft gestaan. In 1903 is het Swell uitgebreid met een zelfstandig groot octaaf. Ook zijn toen op het Swell een Double Diapason 16 ft., een Gamba 8 ft. en een Celestes 8 ft. toegevoegd. De intonatie werd aangepast waarbij van de houten registers de opsneden werden verhoogd.

In 1993 is het orgel gerestaureerd en van een nieuwe kas voorzien. Het pijpwerk uit 1903 is door verlaging van de opsneden en herintonatie beter in het klankbeeld van 1865 gebracht. De Voix Celestes werd vervangen door een Mixture 2 rks. De nog steeds niet geplaatste Mixture van het Great werd alsnog geplaatst (tersmixtuur 3 rks.) Het Great werd ook uitgebreid met een Trumpet 8 ft. Het pedaal kreeg een zelfstandige Grand Bourdon 16 ft. en een Trombone 16 ft. als bezetting. Al het bijgeplaatste pijpwerk is afkomstig van W.G. Vowles uit Bristol (1873).