Versicolorfazant.

 

Herkomst: Japan.

 

Kenmerken: In vorm en gestalte lijkt deze fazant op de Aziatische soorten, alleen wijkt hij in kleur sterk af. De haan heeft

een groene kop, een blauwe keel en een violetpaarse nek. De verdere bovenzijde is groen met geelwitte, olijfkleurige en blauwachtige tekening. De staart is donker olijfgroen en heeft brede zwarte dwarsstrepen en paarsrode veerzomen. De vleugels zijn grijs met zwarte,groene, kastanjekleurige en bleekgele tekening. De onderzijde is donkergroen met een blauwe glans. De lengte bedraagt 65 cm. De hen is donkergroen tot zwart met een smalle bleekbruine tekening. De onderzijde is sterk gevlekt. De lengte bedraagt 55 cm.

 

Subspecies: Er worden een drietal varieteiten beschreven, welke geringe kleurverschillen vertonen; Phasianus v. tanensis, 

                   Phasianus v. robustipes en Phasianus v. versicolor.

 

                        

                                                                                                                          Phasianus v. robustipes

 

Verzorging: De Groenfazanten vermijden, in tegenstelling tot de andere soorten, grote hoogten.

Ze leven bij voorkeur in valleien en langs de onderzijde van berghellingen. Hoewel ze graag in de felle zon lopen, worden ze toch ook in de dichtste wouden aangetroffen.

Ze zijn niet mensenschuw en zelfs in de steden worden ze wel eens gevonden.

’s Winters komen ze in de buurt van dorpen en ze eten vaak graan, samen met het pluimvee op een boerderij. Ze maken ook hun nesten vaak in de nabijheid van de mensen, op akkers of langs landwegen. Hier zijn ze ook veiliger voor roofdieren.

Er worden zeven tot veertien eieren gelegd, die wat kleiner van stuk zijn dan die van de Jachtfazanten. Er komen in Europa en Amerika nog verschillende raszuivere Groenfazanten in collecties voor, maar door kruising met de Jachtfazanten is een groot gedeelte van het fokmateriaal bedorven. De eerste vogels werden in 1840 in Artis, Amsterdam gehouden. Hoewel er goede broedresultaten van de Groenfazanten verkregen zijn, gelden ze toch als moeilijke broedvogels, wat veroorzaakt wordt door hun wildheid, die ze in een voliere niet gauw verliezen. De noordelijke Groenfazant, die wat grijzer van kleur en wat groter is, werd het meest ingevoerd, zodat meestal afstammelingen van deze variatie worden aangeboden. Groenfazanten zijn uitstekend

tegen ons klimaat bestand en kunnen zomer en winter in de buitenvoliėre gehouden worden.

 

Met dank aan M&M van den Wittenboer voor het beschikbaar stellen van de foto.