Quakers: Triomf en tragiek van het geweten
Belangstellenden die naar Nederlandse Quakerliteratuur vragen worden geconfronteerd met een wel zeer beperkt aanbod. Waar het niet vertaalde Nederlandstalige literatuur betreft vormen Het inwaartsche licht bij de Quakers, de dissertatie van Dina van Dalfsen uit 1940 en J. Z. Kannegieters Geschiedenis van de vroegere Quakergemeenschap te Amsterdam uit 1971 naast een enkele vertaling uit het Engels de belangrijkste Nederlandstalige uitgaven sinds bijna tweehonderd jaar. Ook het curieuze, zeer zeldzame Geschiedenis, de leer en kerkelijke tucht van het Genootschap der Vrienden bekend onder den naam van Kwakers uit 1827 blijkt bij nader inzien een bewerking te zijn van Engelse teksten. Tenslotte werd het ons zo dierbare Leven uit innerlijk licht in de jaren dertig/veertig door Rob Limburg samengesteld op basis van de in 1925 verschenen uitgave van Christian practice and discipline.
Binnenkort komt er verandering in de situatie als een boek van de hand van Marianne IJspeert verschijnt in de door uitgeverij Kok te Kampen uitgegeven reeks Wegwijs die betrouwbare zakelijke informatie over wereldgodsdiensten en religieuze groeperingen en stromingen beoogt te geven. Ook de kleine uitgeverij Abraxas te Amsterdam heeft zich niet onbetuigd gelaten en nam in 2005 het initiatief om Rufus Jones? The faith and practice of the Quakers hedendaagse uit 1927 voor Nederlandstaligen weer in de schijnwerpers te zetten.
Naar mijn mening niet ten onrechte. In 1931 verscheen al een Neder?landse vertaling van Rob Limburg, uiteraard allang niet meer verkrijgbaar. Voor de recente uitgave van Jones Quakerclassic werd door uitgever Dani?l Mok de Nederlandse vertaling van Rob Limburg ?geheel herzien, aangevuld en bewerkt voor het Nederlands taalgebied?. Het resultaat is een prettig leesbaar geheel geworden; daar dragen zeker de door de bewerker tussengevoegde subtitels binnen de hoofdstukken toe bij die de rijkdom aan onderwerpen die Jones aan de orde stelt accentueren.
Na zijn studie aan Harvard University werd Rufus Jones (1863-1948) in 1901 hoogleraar filosofie aan Havarford College waar hij 30 jaar doceerde. Hij publiceerde meer dan 50 boeken over mystiek, geschiedenis en diverse Quakeronderwerpen. In 1917 richtte hij American Friends Service Committee op en was voorts actief in de vredesbeweging en vluchtelingenwerk
De onderwerpen waarover hij in The faith and practice of the Quakers schrijft plaatst hij, in een brede context waarin sociologische en theologische onderwerpen op een heldere manier in verband worden gebracht met wat Quakers in hun lange geschiedenis heeft beziggehouden.Hij geeft aan waarin hun kracht lag en ligt om met actuele situaties in de samenleving om te gaan. Het boek van Jones is geschreven in een beschouwelijke stijl die hem echter niet verhinderde zich als een zeer betrokken schrijver op te stellen. Het is verrassend te lezen hoe hij aandacht besteedt aan het milieu en de daarop gepleegde roofbouw; en zo zijn er meer onderwerpen waarbij je je erover ver?baast dat dit alles in 1927 werd geschreven en nu nog niets aan actualiteit heeft ingeboet. Ja, het valt natuurlijk op dat Quakers in onze tijd veel meer dan 80 jaar geleden gebruik maken van een individuele verwoording als het gaat om spreken en schrijven over geloven. Voor sommigen zal de taal van Jones ?christelijk? klinken, terwijl anderen zijn werk als religieus-humanistisch zullen waarderen. Een interessante uitdaging voor de lezer, dunkt me! Dat geeft direct al aan dat we ?Quakers, beeld van een humanitaire traditie? (de aan?gevulde titel van de nieuwe heruitgave) niet als nostalgische lectuur kunnen lezen. Het een verdienste van Rufus Jones dat hij onderwer?pen uit de geschiedenis van de Quakers waar hij zozeer mee verbonden was, niet zonder kritische kanttekeningen onder de loupe neemt. In het hoofdstuk ?Eenvoud en diepgang? worden we er op attent gemaakt hoe de opvallende quakerkleding in de 18e en ook nog 19e eeuw, ooit ingegeven door behoefte aan eenvoud, evenals het ?je? en ?jij? zeggen tot een conventioneel stelsel van regels ging behoren. Men ging er zonder meer van uit dat het voorschriften betrof die een beschutting vormden tegen dubieuze alledaagse moraal en gewoontes.
Quakerdracht zou bezoek aan frivole gelegenheden verhoeden, het zou remmend werken op de aanpassing aan ?the ways of the world?, Dat gold ook voor het vermijden van de? heidense? benamingen van weekdagen en maanden, Quakers spraken over ?1e dag?, ?2e dag? etc. Op den duur drong het tot de Vrienden door dat deze gewoonten een sjibbolet waren ge?worden voor een volkje dat zichzelf had uitverkozen. Het leven in een maatschappij die in toenemende mate op allerlei wijzen men?sen voor zich probeert in te nemen voor een zo breed en gulzig mogelijk consumptiepatroon begon om meer tegenspel te vragen dan preoccupaties betreffende uiterlijkheden als Quakerdracht, eigenaardig taalgebruik en het bij voorbaat verwerpen van alle vormen van theater en muziek.?Het grootste probleem van thans, nu de uiterlijk beschuttingen zijn opgeheven (sinds meer dan ander?halve eeuw T.D.) en het ideaal van een? afgescheiden volkje? over?wonnen is om de ware eenvoud vast te blijven houden en midden in de wereld te staan? schrijft Jones. Of, om met William Penn?s woor?den te spreken: ?True Godliness don?t turn men out of the world but enables them to live better in it, and excites their endeavors to mend it.?
Tenslotte nog iets over de wijze waarop deze laatste uitgave met kleine wijzigingen ,behalve de eerder genoemde tussenkopjes, in de hoofdstuktitels de lezer tegemoet komt ?Quakers en de sacramenten? werd ?Sacramenten, rituelen en symbolen?, een titel die de interessante inhoud van dit hoofdstuk beter aangeeft enz. In Het hoofdstuk Tragiek en triomf in de geschiedenis van het geweten ligt de sleutel van de opvallende ondertitel van Moks heruitgave.
?Quakers, triomf en tragiek van het geweten? Ik weet niet of voor de omdraaiing van de woordvolgorde in de titel van het hoofd?stuk bewust gekozen is. Beide titels komen in de oorspronkelijke uit?gave niet voor. In ieder geval wordt het duidelijk, het boek lezende, hoezeer de toon van het boek hoopvol is gestemd
Dani?l Mok heeft er voor gekozen om het betoog van Rufus Jones te ondersteunen met een aanhangsel waarin korte teksten van o.a. de lutherse theoloog Rudolf Otto (1869-1937), Abraham Joshua Heschel (1907-1972), George Fox, William Penn en Dina van Dalfsen zijn opge?nomen.
Bij een vergelijking van de oorspronkelijke Engelse tekst, de ver?taling uit 1931 en de recente tekst wordt duidelijk dat we een tekst anno 2006 onder ogen hebben die met groot respect en aandacht voor het onderwerp van Rufus Jones verzorgd is. Een lezenswaardig geschrift.
Tjeerd Dibbits
Quakers: Triomf en tragiek van het geweten
Rufus Jones & Dani?l Mok
Uitgeverij Abraxas
ISBN 9080730041
Prijs ? 19,90
De Vriendenkring, april 2006
"Dit boek
verscheen voor
het eerst in
het Engels in
1927. In korte
duidelijke
hoofdstukjes
krijgt de lezer
een goed
inzicht in het
geloof van de
Quakers: in
ieder mens is
de goddelijke
vonk aanwezig
die aanspoort
tot een
volwaardig
menselijk,
liefdevol
leven.
Met
geestverwanten
zijn deze
vrienden zo'n
driehonderd
jaar geleden
een beweging
begonnen die
voortbestaat
tot op de dag
van vandaag.
Quakers zijn
ervan overtuigd
dat via mystiek
een innerlijk
zachtmoedig
geloofsleven
kan worden
bereikt en dat
God onze wereld
alleen
geschapen heeft
ten goede en
dat alle mensen
dat goddelijke
ideaal kunnen
bereiken. Ze
zijn vooral in
de praktijk
gericht op
uitvoering van
deze gedachten.
Nederland telt
het voorbeeld
van Woodbrook
in Barchem, een
conferentieoord
waar mensen
ge?nspireerd
kunnen worden.
Er is geen
vaste
kerkelijke
structuur of
leefwijze
nodig.
In deze tijd
vooral is hun
geloofsbeleving
en
levensinstelling
bijzonder
sympathiek. Dit
boekje is
aanbevelenswaardig.
Want het is
leerzaam en
inspirerend om
te lezen hoe
zachtheid en
rust kunnen
overleven. Met
een voorwoord
door de
befaamde Duitse
theoloog Rudolf
Otto
(1869-1937)."
(Biblion recensie, N. da Costa)