Boekbesprekingen

HET HEILIGE - RUDOLF OTTO

?DAS HEILIGE?, het meesterwerk van de Duitse godsdienst-historicus Rudolf Otto (1869-1937) verscheen in 1917 tijdens de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Een derde en geheel herziene druk in het Nederlands, bezorgd door Dani?l Mok (1950), verscheen bij de Uitgeverij Abraxas. (2002)
Met de ondertiteling: ?Een beschouwing over het irrationele in de idee van het goddelijke en de verhouding ervan tot het rationele?; zet Otto ons op weg naar een persoonlijke religieuze ervaring. ?Godsdienst is de beleving van het mysterie, het verstandelijk ondoorgrondelijke, dat schuilgaat in het tijdelijke.? De beleving van dat heilige goddelijke noemt hij het ?numineuze?. Het numineuze is de aanduiding van de irrationele bestanddelen in het heilige, het goddelijke dat een mysterie is, dat fascineert en doet beven. De numineuze ervaring baseert zich niet op de goddelijke openbaring.
Hij onderzoekt geen idee?n of begrippen over God, maar de godsdienstige ervaring die ons overkomt.
Vrij van alle dogmatische vooringenomenheid tracht hij ons de weg naar een ?levende God? te tonen, door ons bewust te maken van het ?mysterium tremendum et fascinans?, een geheim dat tegelijk angstaanjagend en aantrekkelijk is.
Het ervaren van het heilig-goddelijke kan zowel in de natuur zijn, als in een zelfgekozen stilte of in het schone en het grootse van een kunstwerk, gedicht of muzikale evocatie.
In 23 hoofdstukken leidt hij ons van een antropomorfistisch godsbeeld naar een wereld waarin de ervaring, het gevoel, primeert. We ervaren dat het gevoel alles is en het begrip op zichzelf niets betekent. (Gef?hl ist alles, Name, Schall und Rauch. ? Faust-) Hetgeen weerstand opriep in traditionele christelijke middens.
Het rationalisme wordt onttroond van zijn schijnbare zaligmakende positie van diepere religie. Het ?heilige? behoort van nu af tot de gevoelswereld. De ervaring van het ?goddelijke? is niet meer gebaseerd op filosofische constructies maar op het mysterie achter de dingen.

?Het gevoel van dit mysterie kan met milde stroom het innerlijke vervullen in de vorm van de verheven stille stemming van verzonken aandacht. Het kan overgaan in een rustig vloeiende gestemdheid van de ziel die lang aanhoudt en natrilt, tot zij uiteindelijke wegsterft en de ziel weer in het profane, het alledaagse achterlaat. Het kan ook met krampachtige stoten en stuiptrekkingen uit de ziel naar voren breken. Het kan voeren tot een vreemde opwinding, tot roes, vervoering of extase. Het kan wild en demonisch worden. Het kan geleidelijk omlaaggaan tot spookachtig vrezen en sidderen. Het heeft zijn ruwe, barbaarse eerste uitingen en laagste vormen. En het ontwikkelt zich tot een teer, gelouterd en opgetogen gevoel. Het kan worden tot het stille deemoedige huiveren en verstommen van het schepsel voor het ? ja waarvoor? Voor wat in onuitsprekelijke geheimenis boven alle schepselen is.? (blz. 22-23)

In die zin mogen we de ervaring die hij op 27 mei 1911 in Mogador neerschrijft al als een aanloop tot dit boek zien:

Mogador, zaterdag 27 mei 1911

?Het is sabbat. Al in de donkere en onvoorstelbaar smerige steeg naar het huis horen we die eentonige mengeling van gebeden en schriftlezing, dat nasale half gezongen, half gesproken geluid dat de Kerk en de Moskee hebben overgenomen van de Synagoge. Het geluid is aangenaam, en al spoedig kunnen vaste stembuigingen en ritmes worden onderscheiden die elkaar met regelmatige tussenpozen opvolgen als een Leitmotief. Je oor probeert grip te krijgen op de woorden, maar dat lukt nauwelijks en je hebt de poging al bijna opgegeven als je in die wanordelijke brij van geluiden plotseling, met een schok herkent, alomspannend, helder en onmiskenbaar: Kadosh, Kadosh, Kadosh Elohim Adonai Zebaoth Male?u hashamayim wahaarets kedabo! (Heilig, Heilig, Heilig, Here God der Heerscharen, hemel en aarde zijn vol van Uw glorie!)
Ik heb het Sanctus, Sanctus, Sanctus, van de kardinalen in de Sint-Pieter gehoord, het Swiat, Swiat, Swiat, in de kathedraal van het Kremlin en het Holy Holy Holy van de Patriarch in Jeruzalem. In welke taal dan ook, deze woorden, de hoogstverhevene ooit door menselijke lippen gevormd, raken je in het diepst van je ziel, met een machtige huivering het mysterie van die andere wereld die erin verborgen ligt oproepend en openbarend. En dat, sterker dan waar ook, hier in deze bescheiden plaats, waar ze weerklinken in dezelfde taal waarin Jesaja ze ooit als eerste ontving, en gesproken door de lippen van de mensen die deze woorden rechtstreeks be?rfden.?

De zoektocht naar het goddelijke loopt dood op de sporen van abstracties, gebaseerd op filosofische constructies. Otto houdt een pleidooi om ernst te maken met het feit dat God de ?Gans Andere? is, voelbaar, mysterieus, achter een sluier van angst en verwondering. Hier wordt eerder het hart dan de rede aangesproken. Alleen als men open staat voor dit gebeuren zal men in de ?stemming? blijven om een glimp op te vangen van het heilige, het goddelijke, dat doorschijnt en veel dieper gaat dan ieder denken.
Daarom is het goed de mogelijkheden van het denken te overwegen. Misschien kan dit wel met een citaat: 'De hoogste paradox van alle denken is de poging iets te ontdekken dat het denken niet kan denken'. (S?ren Kierkegaard (1813-1855) Ook Albert Einstein (1879-1955) kan ons met zijn gevoel voor intu?tie op weg zetten.
 


Das Sch?nste, was wir

erleben k?nnen, ist das

Geheimnisvolle.

Es ist das Grundgef?hl,

das an der Wiege der

wahren Kunst und

Wissenschaft steht.


Wat geldt voor de wetenschap telt ook voor de religie. Ze hebben dezelfde bron en kunnen maar met onderlinge be?nvloeding tot hun recht komen. Wat duidelijk verwoord is in een volgende uitspraak van hem: ?Religie zonder wetenschap is blind, wetenschap zonder religie is kreupel.?
Rudolf Otto weet in deze studie het gevoel voor het ?heilige?, het onbereikbare, op meesterlijke en diepzinnige wijze te beschrijven. Aangeraakt door het mysterieuze achter de dingen worden we pas deelgenoot van een bovenrationele werkelijkheid. Het wordt een andere weg om ?HET HEILIGE? te benaderen. Het ?ervaren van het goddelijke ? verdringt ?een geloven in begrippen?.

Dr. Jan Gysen

Werkgroep Kierkegaard Antwerpen
De werkgroep vindt onderdak bij de Faculteit voor Vergelijkende Godsdienstwetenschappen, Bist 164, B2610 Wilrijk Antwerpen