Boekbesprekingen
HET
HEILIGE -
RUDOLF OTTO
Met
de
ondertiteling:
?Een
beschouwing
over het
irrationele
in de idee
van het
goddelijke en
de verhouding
ervan tot het
rationele?;
zet Otto ons
op weg naar
een
persoonlijke
religieuze
ervaring.
?Godsdienst
is de
beleving van
het mysterie,
het
verstandelijk
ondoorgrondelijke,
dat
schuilgaat in
het
tijdelijke.?
De beleving
van dat
heilige
goddelijke
noemt hij het
?numineuze?.
Het numineuze
is de
aanduiding
van de
irrationele
bestanddelen
in het
heilige, het
goddelijke
dat een
mysterie is,
dat
fascineert en
doet beven.
De numineuze
ervaring
baseert zich
niet op de
goddelijke
openbaring.
Hij
onderzoekt
geen idee?n
of begrippen
over God,
maar de
godsdienstige
ervaring die
ons overkomt.
Vrij van alle
dogmatische
vooringenomenheid
tracht hij
ons de weg
naar een
?levende God?
te tonen,
door ons
bewust te
maken van het
?mysterium
tremendum et
fascinans?,
een geheim
dat tegelijk
angstaanjagend
en
aantrekkelijk
is.
Het ervaren
van het
heilig-goddelijke
kan zowel in
de natuur
zijn, als in
een
zelfgekozen
stilte of in
het schone en
het grootse
van een
kunstwerk,
gedicht of
muzikale
evocatie.
In
23
hoofdstukken
leidt hij ons
van een
antropomorfistisch
godsbeeld
naar een
wereld waarin
de ervaring,
het gevoel,
primeert. We
ervaren dat
het gevoel
alles is en
het begrip op
zichzelf
niets
betekent.
(Gef?hl ist
alles, Name,
Schall und
Rauch. ?
Faust-)
Hetgeen
weerstand
opriep in
traditionele
christelijke
middens.
Het
rationalisme
wordt
onttroond van
zijn
schijnbare
zaligmakende
positie van
diepere
religie. Het
?heilige?
behoort van
nu af tot de
gevoelswereld.
De ervaring
van het
?goddelijke?
is niet meer
gebaseerd op
filosofische
constructies
maar op het
mysterie
achter de
dingen.
?Het gevoel van dit mysterie kan met milde stroom het innerlijke vervullen in de vorm van de verheven stille stemming van verzonken aandacht. Het kan overgaan in een rustig vloeiende gestemdheid van de ziel die lang aanhoudt en natrilt, tot zij uiteindelijke wegsterft en de ziel weer in het profane, het alledaagse achterlaat. Het kan ook met krampachtige stoten en stuiptrekkingen uit de ziel naar voren breken. Het kan voeren tot een vreemde opwinding, tot roes, vervoering of extase. Het kan wild en demonisch worden. Het kan geleidelijk omlaaggaan tot spookachtig vrezen en sidderen. Het heeft zijn ruwe, barbaarse eerste uitingen en laagste vormen. En het ontwikkelt zich tot een teer, gelouterd en opgetogen gevoel. Het kan worden tot het stille deemoedige huiveren en verstommen van het schepsel voor het ? ja waarvoor? Voor wat in onuitsprekelijke geheimenis boven alle schepselen is.? (blz. 22-23)
Mogador,
zaterdag 27
mei 1911
Ik heb het
Sanctus,
Sanctus,
Sanctus,
van de
kardinalen in
de
Sint-Pieter
gehoord, het
Swiat,
Swiat, Swiat,
in de
kathedraal
van het
Kremlin en
het Holy
Holy Holy
van de
Patriarch in
Jeruzalem. In
welke taal
dan ook, deze
woorden, de
hoogstverhevene
ooit door
menselijke
lippen
gevormd,
raken je in
het diepst
van je ziel,
met een
machtige
huivering het
mysterie van
die andere
wereld die
erin
verborgen
ligt
oproepend en
openbarend.
En dat,
sterker dan
waar ook,
hier in deze
bescheiden
plaats, waar
ze
weerklinken
in dezelfde
taal waarin
Jesaja ze
ooit als
eerste
ontving, en
gesproken
door de
lippen van de
mensen die
deze woorden
rechtstreeks
be?rfden.?
Daarom is het
goed de
mogelijkheden
van het
denken te
overwegen.
Misschien kan
dit wel met
een citaat:
'De hoogste
paradox van
alle denken
is de poging
iets te
ontdekken dat
het denken
niet kan
denken'. (S?ren
Kierkegaard
(1813-1855)
Ook Albert
Einstein
(1879-1955)
kan ons met
zijn gevoel
voor intu?tie
op weg
zetten.
Das
Sch?nste, was
wir
erleben
k?nnen, ist
das
Geheimnisvolle.
Es ist das
Grundgef?hl,
das an der
Wiege der
wahren Kunst
und
Wissenschaft
steht.
Wat geldt
voor de
wetenschap
telt ook voor
de religie.
Ze hebben
dezelfde bron
en kunnen
maar met
onderlinge
be?nvloeding
tot hun recht
komen. Wat
duidelijk
verwoord is
in een
volgende
uitspraak van
hem:
?Religie
zonder
wetenschap is
blind,
wetenschap
zonder
religie is
kreupel.?
Rudolf Otto
weet in deze
studie het
gevoel voor
het
?heilige?,
het
onbereikbare,
op
meesterlijke
en
diepzinnige
wijze te
beschrijven.
Aangeraakt
door het
mysterieuze
achter de
dingen worden
we pas
deelgenoot
van een
bovenrationele
werkelijkheid.
Het wordt een
andere weg om
?HET HEILIGE?
te benaderen.
Het ?ervaren
van het
goddelijke
? verdringt ?een
geloven in
begrippen?.
|
|