GOD IS GROTER DAN DE GODSDIENST

De oecumenische beweging door Abraham Joshua Heschel
 

Het streven naar toenadering tussen verschillende geloofsopvattingen

Toen Isra?l de Sina? naderde, lichtte God de berg op en hield die boven hun hoofden terwijl hij zei: Of jullie aanvaarden de thora of jullie worden vermorzeld onder de berg.

De berg van de geschiedenis hangt weer boven onze hoofden. Zullen wij het verbond met God vernieuwen? In de woorden van Jesaja: De boodschappers van de vrede wenen bittere tranen. [...] Verdragen worden verbroken, getuigen niet meer geloofd, geen mens staat nog in achting (33:7-8).

Duister is de wereld voor ons, ondanks al zijn lichtende steden en ster?ren. Als Jij er niet was, o Heer, wie zou een dergelijke kwelling, een dergelijke schande kunnen verduren?

De kloof tussen de woorden die wij spreken en de levens die wij leiden, dreigt een afgrond te worden. Hoe lang zullen wij een situatie dulden die lijnrecht staat tegenover wat we willen?

De geesten zijn ziek. De harten zijn waanzinnig. De mens?heid is dronken van een gevoel van absolute oppermacht.

Wat ons zal redden is een vernieuwd respect voor de mens, een onbedaarlijke verontwaardiging over gewelddaden, een brandend mededogen voor de zwakkeren in de samenleving, de wijsheid van het hart. Laten wij ons eigen falen onderzoeken voordat wij anderen de schuld geven.

Wat alle mensen overeen hebben, zijn armoede, ellende, onvei?ligheid. Wat alle geloven gemeen hebben, is de macht om de dwaling van het eigenbelang te weerleggen en om vol te houden dat de waardigheid van de mens bestaat uit zijn kracht tot mededogen, uit zijn aanleg tot hulpvaardigheid, naastenliefde.

In onze tijd eindigt de zelfgenoegzaamheid. Wij allen staan op de tweesprong, die Mozes verwoordt: Het leven en de dood stel ik u voor, de zegen en de vloek; kies dan het leven. Het is de taak van de godsdienst om afkeer van geweld en leu?gens te stimuleren, gevoeligheid voor het lijden van anderen, liefde tot de vrede. God heeft een aandeel in het leven van elk mens. Hij stelt de mensheid nooit aan een uitdaging bloot zon?der haar de kracht te geven die uitdaging moedig tegemoet te treden.

De talen van het gebed zijn verschillend, maar de tranen zijn dezelfde. Wij hebben een gemeenschappelijk visioen van Hem, in wiens mededogen de gebeden van alle mensen samenkomen. In de woorden van de profeet Maleachi: Van waar de zon opgaat tot waar ze ondergaat staat mijn naam bij alle volken in aanzien, overal brengt men mij reukoffers en reine offergaven. Mijn naam staat bij alle volken in aanzien ? zegt de HEER van de hemelse machten (1:11). Het lijkt dat de profeet verkondigt dat mensen, waar ook ter wereld, hoewel zij uiteenlopende voorstellingen van God hebben, in werkelijk?heid ??n God aanbidden, de Vader van alle mensen, hoewel zij het misschien helemaal niet beseffen.[1]

Wat zal ons redden? God en ons geloof dat Hij in de mens belang stelt.

Dit is de kwelling van de geschiedenis: schijnheiligheid, het onver?mogen elkaars toewijding, elkaars geloof te respecteren. Wij moeten aandringen op trouw aan de unieke en heilige schatten van onze eigen traditie en tegelijkertijd erkennen dat in dit tijd?perk verschillende godsdienstige vormen wellicht de voorzienigheid van God is.

Eerbied voor elkaars betrokkenheid, eerbied voor elkaars drijfveren, het is meer dan een politiek en sociaal gebod. Het vloeit voort uit het inzicht dat God groter is dan godsdienst, dat geloof die?per gaat dan dogma, dat de theologie haar wortels heeft in de dieptetheologie.

Het perspectief van de gehele mensenwereld als georganiseerd geheel is het besef dat religieuze waarheid haar licht niet verspreidt in een vacu?m, dat het belangrijkste probleem van de theologie v??r-theologisch is en dat godsdienst de totale situatie van de mens inhoudt, zijn houding en daden, en daarom nooit op zichzelf mag worden be?schouwd.

 

Het is gebruikelijk om de wereldse wetenschap en de antigods?dienstige filosofie de schuld te geven van de ontluistering van de godsdienst in de huidige samenleving. Het zou eerlijker zijn om de godsdienst zelf de schuld te geven van zijn nederla?gen. De godsdienst raakte niet in verval omdat hij weerlegd werd, maar omdat hij niet ter zake, saai, benauwend en zouteloos werd. Wanneer geloof geheel vervangen wordt door leer, aanbidding door regels, liefde door gewoonte; wanneer de crisis van vandaag niet onder ogen wordt gezien door de luister van het verle?den; wanneer geloof meer een erfgoed is dan een levende fontein; wanneer geloof alleen maar spreekt namens het gezag en niet met de stem van het mededogen - dan wordt zijn boodschap zin?loos.

De grote geestelijke vernieuwing in de Rooms-katholieke Kerk, door paus Johannes XXIII ge?nspireerd, is een blijk van de dieptedimensie van het godsdienstige bestaan. Zij heeft al vele harten geopend en vele kostbare inzichten ontsloten. Grote weerklank, ook buiten de Rooms-katholieke Kerk, vond de encycliek Mater et Magistra in 1961, over de sociale vraagstukken voor de Kerk in de moderne wereld; nog meer publiciteit kreeg de vredesencycliek Pacem in terris uit 1963; in beide encyclieken erkende men de re?le problematiek, de eerlijke taal en de wens van een bescheidener dienende taak van de Kerk aan de wereld.

Er is een hunkering naar vrede in de harten van de mensen. Maar vrede is niet hetzelfde als afwezigheid van oorlog. Vrede tussen mensen hangt af van een respectvolle houding tegenover el?kaar.

Eerbied voor de mens betekent eerbied voor de vrijheid van de mens. God heeft een aandeel in het leven van de mens, van elk mens.

Het is in de geest van de dieptetheologie dat gevraagd wordt om in het openbaar nadrukkelijk de onschendbaarheid te erkennen van het menselijke geweten als onvervreemdbaar recht van elke mens, ongeacht zijn godsdienstige overtuigingen of ideologische loyaliteit. Het axioma 'Dwaling heeft geen recht van bestaan', dat zo ge?makkelijk door bepaalde apologeten (uitleggers) gebruikt wordt, is pure onzin, want dwaling is een abstract concept, dat geen subject van rechten of plichten kan zijn. Personen hebben rech?ten, en zelfs wanneer zij dwalen, is hun recht op vrijheid van geweten onaantastbaar. Om uit de klassieke rabbijnse litera?tuur te citeren: Gelovigen van alle landen hebben een deel in de komende wereld en hun wordt het eeuwige leven als loon beloofd. 'Ik roep hemel en aarde als getuigen dat de heilige Geest rust op elke persoon, jood of heiden, man of vrouw, meester of slaaf, in overeenstemming met zijn daden.'

Gods stem spreekt in vele talen en maakt zich kenbaar in een veelheid van ingevingen. Het woord van God komt nooit tot een einde. Geen woord is Gods laatste woord. De grootste opdracht van de mens is om Gods respect en aandacht voor de vrijheid van de mens te begrijpen, vrijheid, het opperste teken van Gods aandacht voor de mens, In de woorden van de encycliek Pacem in Terris van paus Jo?hannes: 'Elk menselijk wezen heeft het recht om in vrijheid naar waarheid te zoeken en zijn opvattingen uit te spreken en mede te delen. [...] Elk menselijk wezen heeft het recht om God te eren in overeenstemming met de stem van een oprecht geweten.'

De kostbaarste gedachte van de mens is God, maar Gods kostbaarste gedachte is de mens.

Een godsdienstig mens is een persoon die God en mens houdt in ??n gedachte op hetzelfde moment, op elk moment, die zich het kwaad dat anderen is aangedaan werkelijk aantrekt, van wie de grootste hartstocht mededogen is, de grootste kracht liefde is en aan de wanhoop het hoofd kan bieden.

 

Toespraak gehouden tijdens het diner voor Augustinus, kardinaal Bea, New York op 1 april 1963.

Eerder verschenen in: Catholic News, Deel LXXVIII, nummer 14, New York 4 april 1963.

Bewerkt door Dani?l Mok, 2005


De oecumenische beweging door Abraham Joshua Heschel
The insecurity of freedom: essays on human existance, New York, Schocken Books 1972
Onzekerheid in vrijheid, Houten, Den Haan 1989
 


[1] Het boek Maleachi is het twaalfde boek van de verzameling van de zogeheten Twaalf Profeten. Deze verzameling van profetenboeken is vermoedelijk in de vierde of derde eeuw v.Chr. totstandgekomen. Het boek is genoemd naar de profeet die vermeld wordt in het opschrift 1:1. Mogelijk wordt er ook op Maleachi gezinspeeld in 3:1, waar de woorden ?mijn bode? in het Hebreeuws gelijkluidend zijn aan de naam Maleachi. Over deze profeet is verder niets bekend en het boek bevat geen concrete aanknopingspunten voor een datering van zijn optreden.Veelal wordt aangenomen dat de tekst verwijst naar het Jeruzalem van de vijfde eeuw v.Chr., de periode na de terugkeer van de Judese ballingen uit Babyloni? en de herbouw van de tempel. De tekst lijkt betrekkelijk weinig redactionele bewerking te hebben ondergaan. In veel bijbeluitgaven is Maleachi het laatste boek van het Oude Testament.

Het boek Maleachi bestaat uit profetie?n die worden gepresenteerd als discussies in dialoogvorm: ?jullie zeggen? tegenover ?dit zegt de HEER?. Daardoor wekt het betoog een levendige en krachtige indruk, mede dankzij het veelvuldig gebruik van retorische vragen. Het taalgebruik is over het algemeen helder en eenduidig. Met de herhaalde formule ?spreekt/zegt de HEER van de hemelse machten? zet de profeet zijn betoog kracht bij.
Het centrale thema van het boek is het verbond dat God gesloten heeft met de priesters en met het volk. Het verwijt klinkt dat men twijfelt aan dat verbond en dat men er ontrouw aan is geweest. De tekst roept de hoorders op tot inkeer en trouw, en is eerder overwegend dreigend van toon dan bemoedigend of troostend.

Het boek Maleachi bevat discussies over achtereenvolgens de liefde van God voor Isra?l (1:2-5), het verbreken van het verbond door de priesters (1:6-2:9) en door het volk (2:10-16), de komst van de bode en het oordeel van God (2:17-3:5), een oproep tot bekering (3:6-12) en de dag van de HEER (3:13-21). Aan het eind van het boek wordt de wederkomst van de profeet Elia aangekondigd (3:22-24).

 ? Nederlands Bijbelgenootschap, Haarlem, 2004.